Ebenhaezer

Details over het schip Ebenhaezer, BHS nummer 10412


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
10412 Ebenhaezer steilsteven staal in 1924 Smit Vierverlaten
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Groningen& Friesland turf& mest en diversen Onbekend
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
21 m 15 cm 4 m 14 cm 1 m 28 cm
Brandmerken:
Gegevens van het kadasternummer (brandmerk) “1252 B Zwolle 1954”
Brandmerk Naam eigenaar (vlgns kadaster) Naam schip (vlgns kadaster) Bijzonderheden
1252 B Zwolle 1954 - - -
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
Kromhout CS 1954
Verhalen over dit schip:
Het schip is gebouwd in 1924 te Vierverlaten.
vaargebied: Groningen, Friesland met z'n smalle, ondiepe kanalen. Vandaar ook
de lage kruiphoogte. De eerste eigenaar ('24-'26) is niet bekend.
Schipper/eigenaar was S. Bosma van 1926-'72. Oude gegevens werden verstrekt door
een zoon van Bosma die zelf nog als knecht heeft meegevaren met zijn vader.
Van 1924 tot ongeveer 1935 uitsluitend gevaren als zeilschip, waarbij ook vaak
werd gejaagd met paard of getrokken met de zeel. In 1935 werd de mast
inclusief mastdek naar voren verplaatst en het tuig verkleind, hierdoor kreeg
men 1 ruim. De gangboorden werden verhoogd waardoor het laadvermogen van 60 op
70 ton kwam. Ook werd toen een opduwer
aangeschaft. Deze was voorzien van een Ford A motor. Voor de oorlog werd
gevaren met turf van Valthermond en Exloermond naar Dokkum, alwaar deze door
familie werd verhandeld. Op de heenreis werd mest meegenomen, dit was eigen
handel. Na de oorlog (en in?) werd via de beurs gevaren, de lading bestond
veelal uit pakken stroo, kolen en aardappelen. In de oorlog werd i.v.m.
brandstofschaarste voornamelijk weer gezeild. 1955 was het laatste jaar waarin
vracht werd gevaren. Bosma werd sleepbootkapitein en verhaalde het schip naar
Vianen, alwaar het werd opgebouwd tot woonark. De mast bleef echter staan.
Door de aanleg van een dam in het voormalig sluiskanaal te Vianen kwam de
Ebenhaezer vast te liggen. Na het overlijden van schipper Bosma kwam het schip
in bezit van de huidige eigenaar waarbij er een kraan en dieplader aan te pas
moest komen om open vaarwater te bereiken. Op de huidige ligplaats te Arnhem
werd de opbouw afgebroken en een nieuwe lagere aangebracht om weer te kunnen
varen. De oude ingekorte mast verhuisde naar de Familietrouw (W. Ploeg).
Met de opduwer werden diverse tochten door Nederland gemaakt. In 1983 kwam er
weer een mast op het schip. Op de oude plaats.
1987 is het jaar dat de Ebenhaezer zijn woonfunctie kwijtraakt en
recreatieschip wordt. De opbouw verdwijnt en luiken dekken het ruim af. In
1989 is de motor ingebouwd. In 1990 is ze opnieuw onder zeil, met een nieuw,
geklonken mastdek. De mast staat nu een spantafstand naar achter, t.o.v. de
oorspronkelijke plaats en er zijn houten zwaarden gemaakt, i.p.v. de
oorspronkelijke plaatstalen.