Confiance

Details over het schip Confiance, BHS nummer 10479


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
10479 Confiance groninger tjalk staal in 1912 Fikkers Muntendam
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
A vracht& overslag graan Onbekend
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
23 m 40 cm 4 m 75 cm 0 m 80 cm 1 m 39 cm
Brandmerken:
Gegevens van het kadasternummer (brandmerk) “996 B Winsch 1952”
Brandmerk Naam eigenaar (vlgns kadaster) Naam schip (vlgns kadaster) Bijzonderheden
996 B Winsch 1952 - - -
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
DAF 615 1976
Verhalen over dit schip:
De Confiance is als Groninger dektjalk in 1912 gebouwd op de werf van Fikkers
te Muntendam voor schipper Westers. Het schip mat volgens de originele
meetbrief 99,66 ton. Westers bezat het schip tot 1922, schipper Kap tot 1928
(noemde haar Twee Gezusters ter ere van zijn twee zusters) en verkocht het
terug aan Fikkers ten tijde van de crisis om het later weer terug te kopen.
Hij voer erop tot 1952 waarna het schip verkocht werd aan schipper Groenewold
die er actief mee voer tot 1968. Groenewold noemde het schip Norma. De
laatste jaren was het schip in gebruik voor graanopslag, als er gevaren moest
worden kwam er een opdrukker aan te pas. In 1971 kocht Jos Fikkers de tjalk
aan de Wilhelminakade, vlakbij de Herman Colleniusbrug in Groningen. Hij kocht
een totaal onttakeld schip. Jos is een nazaat van een scheepsbouwersfamilie
uit Muntendam. Als kind voer hij al vaak mee met nieuwbouwcoasters. Ook
maakte hij regelmatig tewaterlatingen en proefvaarten mee. Zo lang Jos het
zich kon herinneren keek hij naar schepen. Als klein jongetje kon hij
al behoorlijk nauwkeurig schatten welke tonnage een bepaalde coaster had.
Fikkers hergaf de tjalk de naam waaronder het de langste tijd gevaren had.
Zelf had hij ook twee zusters, dus dat kwam goed uit. Jos kocht zijn schip
toen hij nog studeerde. Hij bewoonde destijds een kelder in de stad Groningen.
Tweemaal was zijn woonruimte tijdens een forse regenbui ondergelopen. Zo kwam
hij op het idee om iets te zoeken dat bij elke regenbui omhoog gaat. Hij
zeilde toen en was bekend met het wereldje van de botterverhuur, waar de
restauratie van oude zeilschepen in de jaren zestig zo'n beetje is begonnen.
Na de inspectie op de werf van zijn vader kon Fikkers aan de slag: steken,
krabben, bikken, schoonmaken, teren en verven. De schipperswoning werd
provisorisch verbouwd. Fikkers en zijn vrouw wilden er meteen op wonen. Er
zat niets meer op het schip. Zwaarden, mast en zeilen waren er afgesloopt. De
schipperswoning was stevig dichtgetimmerd. Door de jarenlange afsluiting was
het daar een waar festijn voor ratten en muizen geworden.
Het restaureren van een oud zeilschip gaat gepaard met vallen en opstaan. Er
is een enorm doorzettings- maar vooral ook improvisatievermogen voor nodig.
Als je alles van tevoren weet begin je er niet aan. Zo heeft hij zich suf
zitten te piekeren over een manier om de enorme teerlaag van zijn schip te
krijgen. Iemand die ook aan het restaureren was liet hem tenslotte een
boormachine zien met een ketting inplaats van een boor. Als je hem aanzette
draaidee ketting met grote snelheid rond. De teer vloog eraf met dat ding.
Omdat er kinderen kwamen was inrichting van het ruim noodzakelijk. Jos
versierde een motor, maakte zich de kunst van het lassen eigen en realiseerde
een echte roef, plaatste een 700 liter dieseltank die half in het oude
paviljoen werd geplaatst en bouwde een roef boven de machineruimte van drie bij
drie meter. Ook het ruim werd ingedeeld, de den werd circa 10 cm verhoogd, er
kwam een watertank van vier duizend liter midden in het ruim. Er omheen
ontstond een badkamer met ligbad, toilet en douche en aansluitend een kamer
voor de kinderen. Alles van solide ijzer (7 mm) wat op de toenmalige werf van
Fikkers in Foxhol ruim voorhanden lag. Woonruimte ontstond onder het mastdek en
het kistluik. Om over het water te kunnen kijken werden in de romp
patrijspoorten aangebracht. Alles werd met liefde, schroten en plaat
afgetimmerd. Eenmaal zover moest het schip zeilklaar worden gemaakt, mast,
rondhouten en zwaarden werden van de best voorradige houtsooten gemaakt. De
bijeengezochte tuigage werd met uitzondering van de van vlasdoek gemaakte
kluiver vervangen door een nieuw stel zeilen. Om de zeileigenschappen te
verbeteren bracht hij ongeveer 12000 kilo grint en brokken gietijzer in het
schip. Lieren, ankers en andere toebehoren waren nog vrij makkelijk te
verkrijgen, een railing voor het behoud van het kroost werd rondom aangebracht.
In 1993 verkocht Jos de Twee Gezusters aan Bart Deelman die als havenmeester te
Garnwerd het schip tot 1997 in zijn bezit had. Ook Bart vertimmerde aan de
inrichting maar het grondplan bleef zoals Jos het had gemaakt. Van zeilen kwam
niet zoveel. De huidige eigenaar zocht een schip om op te wonen na de zoveelste
verhuizing aan de wal, keek een jaar rond en werd verliefd op de Twee
Gezusters. Stahoogte van kop tot kont en een afgeschreven inrichting. In maart
1997 werd de koop beklonken en begon de sloop van het volledige interieur met
uitzondering van het achteronder met zijn originele betimmering. Omdat het
schip in de Noorderhaven van Groningen ligt kwam Jos regelmatig de vernietiging
van zijn 'levenswerk' aanschouwen en dacht er het zijne van. Duizenden kilo's
ijzer, al het grint en ander ballast materiaal en twee containers hout werden
afgevoerd voordat het grote bikken en vetten een aanvang nam. Kaal van binnen
is zo'n schip het allermooist. "Omdat ik die prachtige ronding wilde bewaren
ontwikkelde ik met Robert Uenk een manier om platen met de huid mee te buigen
en zo werd het schip geheel gebimmerd. De buik van een walvis. De indeling werd
volledig veranderd, leefruimte met open keuken, gang in het midden, links een
kamer voor mijn dochter, rechts douche en toilet en onder het kistluik een
werkplaats met bedstee. Willem de Vries laste een nieuwe toegang tot de
machinekamer, versterkte de uitzakkende mastkoker en het mastdek. Ik scharrelde
op de sloperijen teakhouten deuren en wat dies meer zij op."
De geschiedenis herhaalt zich: er wordt gewoond, nu de zeilerij. De mast is
inmiddels weer als nieuw, de verstaging ontroest en geolied, de lieren
gangbaar. Om ons heen in de Noorderhaven heerst eenzelfde ziekte, zo'n zestig
bewoonde schepen, charters, kotters, tjalken, aken, steilstevens, luxe motors
in alle denkbare stadia van restauratie en vernieuwing. Onderworpen aan die ene
droom, varend wonen en af en toe een veilige, vriendelijke haven waar je welkom
bent.