Ebenhaëzer

Details over het schip Ebenhaëzer, BHS nummer 10067


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
10067 Ebenhaëzer klipperaak IJzer in 1914 Appelo, C. Zwartsluis
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Divers: turf, stenen maar ook aardappelen en graanopslag. Twenthe
Korte geschiedenis van dit schip
De Drienerlose zeilvereniging Euros (Enschede) is sinds 1967 trotse eigenaar van de EbenhaŽzer. Het vormt een prachtige uitvalsbasis voor evenementen en geeft studenten de kans om op een grote platbodem te leren zeilen.

De EbenhaŽzer is in 1914 gebouwd en heeft in haar werkende leven vele vrachten vervoerd. Omdat het laadvermogen niet meer voldoende was, is ze in 1923 verlengd. In 1944 werd ze door de Duitsers tot zinken gebracht in het Apeldoorns Kanaal. Na de oorlog werd ze gerepareerd en werd er af en toe nog een reisje mee gemaakt. Inmiddels werd er ook gebruik gemaakt van een opduwer. In 1964 kwam de EbenhaŽzer bij een opkoper te liggen waar de studenten haar in 1967 zwaar verwaarloosd vandaan haalden.

In eerste instantie was de aankoop bedoeld als thuisschip om met kleinere zeilbootjes te kunnen varen. Uiteindelijk werd toch het besluit genomen haar weer onder het zeil te brengen en in 1974 was de vereniging eigenaar van een authentieke zeilende klipperaak.

Tegenwoordig wordt het schip nog altijd gebruikt als thuisschip voor verenigingsevenementen. Daarnaast worden regelmatig de waddeneilanden bezocht, wordt meegedaan aan wedstrijden etc.

Neem gerust een kijkje!
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding Ebenhaezer halve wind bij prachtig weer
Gemaakt op/in: 3 mei 2007
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Websites:
Dit schip komt voor op de website:
(tip: Klik op onderstaande link. De website opent dan in een nieuw venster.)
http://www.euros.nl
Beschrijving Trefwoorden Bijzonderheden
onder vloot maar ook op de wiki studenten zeilvereniging -
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
25 m 63 cm 5 m 03 cm 0 m 90 cm 1 m 36 cm 20,314 ton
Brandmerken:
Gegevens van het kadasternummer (brandmerk) “1064 B Zwolle 1952”
Brandmerk Naam eigenaar (vlgns kadaster) Naam schip (vlgns kadaster) Bijzonderheden
1064 B Zwolle 1952 - - -
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
DAF 615 Gereviseerd 2012
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
Kromhout Overig 1970
Verhalen over dit schip:
De Ebenhaezer is in 1914 bij Cornelis Appelo in Zwartsluis gebouwd voor een
ondertussen niet meer bekende opdrachtgever. Het schip mat oorspronkeliJk 78
ton. Door oorlogsomstandigheden zag de toekomstige eigenaar af van zijn
bouwopdracht. Zo kwam het schip in bezit van Frederik Uiterwijk, toentertijd
nog militair. Uiterwijk kwam uit een gezin met vijf broers. Vier daarvan
hadden een eigen schip, waardoor de naam Uiterwijk geen onbekende was in
schipperskringen. Wellicht herinneren vele oudschippers en sluiswachters zich
daarom nog goed het "schip van Uiterwijk", ook al weten we nu vrij zeker dat
de Ebenhaezer in hun omgeving nooit geweest is.

Schipper Uiterwijk had een contract met een steenfabriek aan het Lathumse
veer bij de kop van de IJssel. Hij voer turf uit de Drentse en Groningse
veenkoloniŽen naar de steenfabriek en nam eventueel stenen mee terug. Al vrij
spoedig bleek de economische grootte niet voldoende. Zo is in 1923 het schip,
wederom bij Appelo, vergroot tot 104 ton. Het tuig is toen niet aangepast.
Schipper Uiterwijk stond nl. bekend als een weinig drukke schipper. Hij kon
zich dat veroorloven omdat hij geen kinderen had. Een kluiver heeft de
Ebenhaezer onder zijn bewind dan ook nooit gehad. Markant is in dezen de
uitspraak van een oud Zwartsluizer schippertje, toen hij de Ebenhaezer onder
zeil zag: "dat is het schip van Uiterwijk en nou staat er eindelijk genoeg
zeil op". Speciaa] het grootzeil was klein gesneden. Dit om bij hoge
deklast, wat met turf nogal eens voorkwam, de giek wat hoger aan de mast te
kunnen zetten. Omdat de he]e tuigage berekend was op een vier meter
korter schip, was de mast zo'n twee meter korter dan tegenwoordig, dus 13
meter. Gecombineerd met een vrij korte gaffel (3 meter) leverde dit een erg
klein tuigje op.
Toen in 1936 de steenfabriek een andere oven kreeg, was het gebeurd met de
geregelde turfvaart. Vanaf die tijd voer de Ebenhaezer veel grint en
kunstmest.
In het najaar van 1944 moest Uiterwijk een lading aardappelen uit Drente halen
voor het belegerde Arnhem. Op de IJssel werd de vaart toen niet veilig geacht.
Vandaar dat de reis over het Apeldoorns kanaal ging. Vermoedelijk om
strategische redenen zijn er toen een aantal schepen tot zinken gebracht in dit
kanaal. Daaronder was ook de Ebenhaezer. Op last van de bezetters is aan
bakboord, zo'n drie meter voor de roef een springlading aan gebracht. Tegen
een dergelijk geweld was de Ebenhaezer uiteraard niet bestand.
Na de oorlog is het Apeldoorns kanaal pand voor pand droog gezet, waardoor
provisorische reparatie mogelijk was. Waar het definitieve herstel is
uitgevoerd is niet precies bekend, waarschijnlijk bij een werfje in Meppel.
Vlak voor de oorlog kwam er een opduwertje met een A-Ford motortje. De
schipper had weinig kijk op dergelijke nieuwlichterijen, zodat hij het karretje
vaak niet aan de praat kon krijgen.
Zo gaat het verhaal dat eens op een keer de stroomverdeler de geest had
gegeven. Geld voor een nieuwe was er niet, of de ouwe Uiterwijk had het er
niet voor over. De oplossing voor zo'n probleem was dan erg eenvoudig: gewoon
zonder opduwertje varen, of zelfs helemaal niet varen, tot er een kennis of
een familielid ergens een oude stroomverdeler voor een prikje wist te liggen.
Intussen vermaakte de schipper zich dan met het onderhoud van zijn schip en
door andere schippers met kleine plagerijtjes het leven zuur te maken.
Schipper Uiterwijk is altijd erg zuinig op zijn schip geweest. Dit moge
blijken uit het feit dat mast, giek en zwaarden nog origineel waren toen het
schip in ons bezit kwam. Alleen het roer is een keer vervangen. Ook het zeil
heeft het geen vijftig jaar kunnen uithouden. Ongeveer gelijktijdig met het
opduwertje, in 1938 dus, is bij Wouda in Meppel een nieuw tuig op het schip
gekomen. Waarschijnlijk op de oude maten. 's Winters voer Uiterwijk meestal
niet, zeker niet in de laatste jaren. Zo half december voer hij naar Meppel,
lag daar tot half maart en verhuurde zijn schip intussen als opslagruimte
voor graan.
In 1949 overleed het schipperske. Een poosje moest Uiterwijk zich maar zien te
redden. Als we bedenken dat de schipper toen al 66 jaar oud was, is het zeer
begrijpelijk dat hij in 1953 opnieuw getrouwd is.
Tot 1964 werden er zo nu en dan reisjes gemaakt, daarna lag de Ebenhaezer bij
een opkoper, tot ze in 1967 door een stelletje fanaten van Euros werd
opgekocht.
Bijzonderheden
In 1923 verlengt tot huidige maat. Na de zeilende periode gevaren met opduwer. Vanaf 1970 binnenboord diesel als hulpmotor.