Johanna

Details over het schip Johanna, BHS nummer 10145


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
10145 Johanna Klipper ijzer in 1895 Otto(?) Krimpen a/d IJssel
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Zuid-Hollandse en Zeeuwse wateren en de grote rivieren. Landbouwproducten, steenkolen, bouwmaterialen zoals zand en grind. Hollandse IJssel, Gouda, Z-H rivierengebied
Korte geschiedenis van dit schip
Deze forse eenmast-klipper is gebouwd op een werf in Krimpen aan den IJssel. Het schip van de gebroeders Hoek voer aanvankelijk onder de naam Broedertrouw vanuit Oud-Beijerland en vervoerde onder meer landbouwproducten, brandstoffen en bouwmaterialen. In 1925 werd het schip verkocht aan schipper Jansen. Het kreeg de naam "Theodorus" en de nieuwe domicilie werd Doornenburg aan het Pannerdensch Kanaal. Om veilig te kunnen varen en ankeren op de snelstromende bovenrivieren werd een hekankerlier bijgeplaatst.
De volgende eigenaar, brandstoffenhandelaar Van Bon uit Huissen, liet het schip in 1943 van een
zijschroef voorzien, aangedreven door een liggende Deutz 20-22 pk. Ruimte voor de motor, aandrijfas en haakse overbrenging naar de schroefas werd gevonden door het herft te versmallen tot n luik. Enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog werd de zeiltuigage verwijderd. Het bakboordzwaard werd aanvankelijk nog gehandhaafd voor de manoeuvreerbaarheid. De eerste stuurhut, meer een schuilhutje, verscheen op het achterdek.
De laatste actieve periode in de beroepsvaart beleefde het schip onder de naam "Johanna" voor Zand- en Grinthandel De Beijer te Gendt. In 1958 werden ingrijpende aanpassingen doorgevoerd: de den verhoogd, het mastdek naar voren verplaatst zodat een groot luikhoofd ontstond, een zelflosinstallatie aangebracht, een zwaardere ankerlier voorop geplaatst, de huidige MWM-hoofdmotor ingebouwd en een royale stuurhut aangebracht. Toen de handel een groter schip nodig maakte, werd de Johanna nog een tijdlang ingezet als overslagschip.
Na enige omzwervingen kwam het schip in 1980 in handen van de huidige eigenaren met de intentie om het zoveel mogelijk naar de oorspronkelijke staat te restaureren.
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding Johanna op de Oosterschelde tijdens de Bietentocht 2014
Bietentocht, 6 Bft, 19,5 km/u
?
Kluiver met alle toebehoren geleend van buurschepen in Gouda
Gemaakt op/in: bietentocht oktober 2014
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
26 m 68 cm 5 m 45 cm 1 m 00 cm 1 m 84 cm 25,000 ton
Brandmerken:
Gegevens van het kadasternummer (brandmerk) “375 B Nijm 1954”
Brandmerk Naam eigenaar (vlgns kadaster) Naam schip (vlgns kadaster) Bijzonderheden
375 B Nijm 1954 - - -
Gegevens van het kadasternummer (brandmerk) “375 B Nijm 1954”
Brandmerk Naam eigenaar (vlgns kadaster) Naam schip (vlgns kadaster) Bijzonderheden
375 B Nijm 1954 Geanonimiseerd. Alleen zichtbaar voor LVBHB-leden. Johanna -
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
MWM RHS 518 V 4 95865 1957 Nieuw 1958
Verhalen over dit schip:
Van zeilschip tot zelflosser.
De Johanna had geruime tijd Sterreschans aan het Pannerdensch Kanaal als thuishaven. We zochten in de zomer van 2007 oud-schippers dan wel hun kinderen of naaste familie op. Voor sommigen was het een ontroerend weerzien. Ook ontmoetten we ter plaatse diverse andere mensen die het schip van vroeger kenden. Oud-Beijerland, 1920. De broers Jacob en Cornelis Hoek stoppen met varen. In 1893 lieten zij het klipperschip Broedertrouw bouwen op een niet meer te achterhalen werf (mogelijk Otto) in Krimpen aan de IJssel. De nieuwe schipper wordt beginnend schipper Thé Jansen uit Doornenburg. De pas 19-jarige Theodorus vaart met zijn vrouw Grada vooral op de bovenrivieren. Tegenstrooms wordt nogal eens een beroep gedaan op her en der gestationeerde slepertjes met bijnamen zoals âHenkie Tikâ vanwege het karakteristieke motorgeluid aan de pijp. Op de foto van het achterschip van de Theodorus zien we behalve Théâs broer Sjef interessante details zoals de hoge roerkoning met stukje helmstok, een stuk ketting tussen rekker en grootschoot en een stuk ketting in de dirk. Volgende eigenaar wordt de kolenhandelaar Van Bon uit Huissen. Met zetschippers haalt de Johanna kolen uit het roergebied om vervolgens te bezorgen bij lokale stadsgasfabrieken in Delft en Gouda. In deze periode wordt het schip uitgerust met een zijschroef. De zeilerij blijft gehandhaafd tot en met WO-II. Cor van Bon, geen familie overigens van de kolenhandelaar, is geruime tijd de schipper en woont met zijn gezin aan boord. Soms wordt afgemeerd aan de steiger van Sterreschans, maar vaak ook tussen twee kribben iets lageruit aan het Pannerdensch Kanaal. Bij hoog water ligt het schip gewoon tegen de dijk. Om vast te maken worden pennen in de krib of dijk geslagen. De laatste actieve periode in de beroepsvaart beleeft het schip voor Zand- en Grinthandel De Beijer te Gendt. Aanvankelijk wordt nog met de zijschroef gevaren, maar in 1958 worden ingrijpende aanpassingen doorgevoerd: de den verhoogd, het mastdek naar voren verplaatst zodat één groot luikhoofd ontstond, een zelflosinstallatie aangebracht, een zwaardere ankerlier voorop geplaatst, de huidige MWM-hoofdmotor ingebouwd en een royale stuurhut aangebracht. Zand en grint werden veelal van de Maas gehaald. Toen kon je nog overal beugelen, later kwam er een riviermeester en moest je hiervoor vergunning hebben. Met de toenemende schaalvergroting komt ook voor de Johanna het dilemma: verlengen of een groter schip. Gelukkig wordt gekozen voor een groter, nieuw te bouwen schip. Het winterdags overboord vallen en verdrinken van een achterneef luidt het definitieve einde in van het varen. Johanna dient nog enige tijd als kraanschip in Elst voor het nieuwgebouwde schip.
Bijzonderheden
1. Op de oudste (ons bekende) foto, genomen in Oud-Beijerland, is de Broedertrouw al voorzien van een klipanker naast het traditionele stokanker. 2. De roerkoning was (en is weer)doorgetrokken tot boven de stuurlier en naar voren omgezet zodat met een noodhelmstok kan worden gestuurd (na het afnemen van het stuurwiel). 3. De allereerste ijkmerken waren opgeklonken stukjes strip.