Gebroeders

Details over het schip Gebroeders, BHS nummer 11749


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
11749 Gebroeders tjalk ijzer/staal in 1879 Meursing, J.F. Amsterdam
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Onbekend
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
17 m 20 cm 3 m 36 cm 0 m 80 cm 0 m 70 cm
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
Ford diesel 2700 E
Verhalen over dit schip:
De Gebroeders is in 1879 gebouwd op de werf Meursing in Amsterdam. In
1989 verdween de tjalk naar Engeland. Scheepsrestaurateur Steven Leigh
Harding werd de nieuwe eigenaar. Hij verkocht het schip al spoedig door.
In de jaren daarna is het schip voor de chartervaart gebruikt. De eigenaren
deden ook regelmatig mee aan zeilraces zoals de Theems Barges Races.
Begin dit jaar, voordat Guy en Ruth de koopovereenkomst tekenden, is het
schip tweemaal onderzocht door de Engelse scheepvaartinspectie. In geen van
beide gevallen werd melding gemaakt van bijzonderheden. Voor alle zekerheid
hebben wij een onderzoek laten uitvoeren door een Franse expert. Hij
wees ons er op dat in het onderschip beton was gegoten. Beton wordt vaak
aangebracht om problemen met het vlak te camoufleren. Ondanks zijn
waarschuwing kocht het echtpaar de Gebroeders. Maar we hielden er rekening mee
dat het schip in slechte conditie verkeerde.
In enkele dagen zeilde Guy Toye het schip van Faversham naar Nieuwegein.
Buitenweg maakte zich nog zorgen omdat het schip in slechte conditie verkeert.
Wij hadden regelmatig contact met de kustwacht tijdens de overtocht. Gelukkig
ging alles goed. Toye is enthousiast over de zeileigenschappen. Zij zeilt nog
beter dan ik had gedacht. Toch durfde ik het niet aan onder vol zeil te varen.
In totaal heeft zij 111,84 vierkante meter zeiloppervlak.
De keus voor de restauratie viel op de Nederlandse werf Buitenweg Vreeswijk.
Ik heb zeven werven benaderd in Belgie, Engeland en Nederland. De Engelse
werven vielen al snel af. Een man en een paardenkop of veel te duur. Ik
vermoed dat zij de prijs zo hoog raamden, omdat zij niet begrijpen wat de
restauratie van een zo oude zeiltjalk inhoudt. Van de werven in Belgie en
Nederland heeft Buitenweg de beste reputatie. Als diverse mensen los van
elkaar mij Buitenweg aanraden, wil dat toch wel iets zeggen. Sommige families
komen hier al drie generaties lang.
Guy Toye kan het goed vinden met Buitenweg. Bij gebrek aan een goed
logeeradres slaap ik nu enkele dagen in de kantine. Buitenweg noemt me zijn
brandwacht. Ik vind het wel prettig een beetje in de buurt te blijven en zo
kan ik ok een handje helpen bij de restauratie. Ook Ruth komt af en toe langs.
Het echtpaar is gewend aan reizen. Een voordeel van mijn baan. Na jarenlang
als computerspeeialist te hebben gewerkt in diverse landen, werk ik nu als
specialist in internationaal management, marketing en recruiting.
Zeilen heeft hij altijd de perfecte ontspanning gevonden. Je moet je voor
honderd procent concentreren op het zeilen. Doe je dat niet, dan ga je
Scheepswerf en Machinefabriek Buitenweg in Vreeswijk telt achttien
werknemers. De werf bestaat sinds 1856 en huidig directeur A. Buitenweg is
de vierde generatie. Door die opvolging van vader op zoon is veel oud
ambachtswerk hier nog bekend en in gebruik. Dat is een groot voordeel bij de
restauratie van oude schepen. De werf heeft vrijwel alle technieken in
eigen beheer. Wij besteden zelden werk uit. We draaien zelf de schroefassen
en beschikken over een eigen installateur. Onze mensen zijn stuk voor stuk
specialisten. De werf is nog steeds een familiebedrijf. Buiten mijzelf
werken hier nog twee broers, een zus en een neef. Buitenweg heeft een
dwarshelling van 73 meter. Die houden wij zoveel mogelijk vrij voor de grote
jongens. De Gebroeders ligt in de hal, want dat werkt een stuk prettiger.
Bovendien kunnen wij op ons gemak aan de tjalk werken. Guy heeft ons geen
tijdsliemiet gesteld. Een probleem bij oude schepen is vaak de verbinding
tussen oud en nieuw laswerk. Oud staal heeft een hoog koolstofgehalte. Je
kunt er niet of nauwelijks aan lassen. Doe je het toch, dan loop je het risico
dat het naast de las scheurt. Hier is dat niet het geval. De kimmen zijn zo'n
twintig tot dertig jaar geleden vervangen en de bovenzijde van de kim is goed
gelast. Vlakrapporten tonen aan dat het vlak in het midden erg dun was. De
oude beplating was verdubbeld en helaas hebben zij de fout gemaakt de basis te
dun te maken. Nergens was het vlak meer dan drie millimeter dik, vaak zelfs
maar 2,5 millimeter. Uit het rapport blijkt dat de dunste plek slechts twee
millimeter is. Alleen van de kimmen staat 5 tot 6 over. Daar kun je goed
zien dat het ijzer tussen de rand is gedubbeld en soms zelfs gedriedubbeld.
Buitenweg is onder de indruk van de lijn van de zeiltjalk. Het is vooral
opmerkelijk dat het onderwaterschip heel veel weg heeft van een skūtsje.
Tot voor kort besteedde Buitenweg regelmatig werk uit aan zijn collega en
buurman van Scheepswerf Van Zutphen. Het was een uitstekende combinatie.
Ik vind het nog steeds jammer dat zij met de werf zijn gestopt.
De Gebroeders, in 1879 gebouwd bij scheepswerf Meursing in Amsterdam, heeft
een lengte over alles van 17,80 meter, een breedte van 3,45 meter en is
uitgerust met een 65 pk Ford dieselmotor. Ondanks diverse pogingen bij het
kadaster is weinig bekend over de historie. Guy Toye heeft slechts een
brochure ontdekt waar wordt gemeld dat het schip is gebouwd voor de Nederlandse
rivieren en binnenwateren. De slanke bouw maakte het mogelijk daar te zeilen
waar grotere schepen geen toegang hadden. Toy hoopt meer over de geschiedenis
van de Gebroeders te weten te komen.


Buitenweg pakt skūtsje aan
Terwijl in Friesland de skūtsjes strijden in een race om de beste tijden, ligt
de zeiltjalk 'De Gebroeders', gebouwd in 1879, in een loods op de Nieuwegeinse
scheepswerf van de gebroeders Buitenweg voor een restauratie.
'De Gebroeders' lijkt in veel op de skūtsjes die de Friese wateren bevaren.
Het is het oudste in Nederland gebouwde staalschip dat in Nederland staat
geregistreerd. Tien jaar lang is het zoek geweest, vertelt
scheepswerf-directeur Bram Buitenweg. In Engeland is het weer teruggevonden.
De eigenaar, Guy Toye, heeft het daar begin dit jaar gekocht en is er mee de
Noordzee over gestoken.
Guy Toye is trots op zijn nieuwe bezit. In Frankrijk bewoont deze Engelsman
een oud Nederlands schip. Met 'De Gebroeders' wil hij samen met zijn vrouw
Ruth een lange reis door Europa gaan maken. Hij hoopt dat in augustus zijn
schip voor die reis klaar is. De tocht zal een paar jaar duren. Voorlopig
moet er nog veel aan gebeuren. Buitenweg: De bodem van het schip was veel te
dun. Bij een eerdere restauratie is te dun materiaal gebruikt. En terwijl
wij het schip restaureren, werkt Guy Toye aan het binnenwerk.
Toye is naar Nieuwegein gekomen, omdat de werf van Buitenweg een goede
reputatie heeft op het gebied van restauratie van oude schepen. We hebben
verschillende werven bezocht, maar zijn uiteindelijk hier gekomen. Gedeeltelijk
op de motor en gedeeltelijk op het zeil zijn we de Noordzee over gevaren.
We durfden het zeil niet helemaal gebruiken, omdat we het schip en zijn
eigenschappen nog niet zo goed kennen. En als er in de toekomst weer een
reparatie aan dit schip moet gebeuren komen we weer hier. Ik zou me geen raad
weten als Buitenweg er niet meer zou zijn. Toye refereert aan de plannen die
er liggen voor de toekomst van de werf in de visie van de gemeente Nieuwe gein.
Op de plaats van de werf is een binnenscheepvaartmuseum bedacht. Naar de
plannen is een haalbaarheidsonderzoek gaande. Inmiddels krijgen wij steeds
meer oude schepen ter restauratie aangeboden. We hebben hier de kennis voor in
huis. We zouden zelfs in staat zijn een oude techniek als klinken te gebruiken.
De machines daarvoor hebben we nog staan.

Bejaarde tjalk begint nieuw leven
Op de vloer van de loods ligt her en der gereedschap, potten lak staan open,
naast een staalborstel twee handschoenen, langs de muur stapels hout, op
de grond twee kolossale houten zwaarden. Het is duidelijk; hier wordt gewerkt.
En het is ook duidelijk waar aan wordt gewerkt: bijna achttien meter lang
ligt-ie er prominent, maar enigszins onttakeld bij: de Gebroeders. Niet
zomaar een schip, maar een zeiltjalk uit 1879 en daarmee het oudste
geregistreerde staal/ijzerschip van Nederland .
Zegt B. Buitenweg en die kan het weten want hij is een van de
directeur/eigenaren van Scheepsweg Buitenweg sinds 1856 gevestigd in
Vreeswijk. Schip en werf ontlopen elkaar dus niet veel in ouderdom en
misschien moest het daarom wel zo wezen dat de in Frankrijk wonende
Engelsman Guy Toye (64) in het Nieuwegeinse terecht kwam toen hij een werf
zocht om het schip te laten renoveren. Een unieke klus, want het is een uniek
schip en dat willen ze bij Buitenweg weten ook. En dan is er nog een connectie
met het schippersdorp. Toye en zijn vrouw Ruth wonen even buiten Parijs op een
schip dat ooit gebouwd is in, jawel Vreeswijk. "It's incredible" lacht de
Engelsman, die met grote regelmaat op de werf te vinden is om ook aan zijn
schip te werken. Hij bivakkeert dan in de kantine. Toye kocht het schip begin
dit jaar van een Engels echtpaar, dat het op zijn beurt enkele jaren eerder
van een soort scheepsmakelaar had gekocht. Die had het daarvoor vanuit
Nederland naar Engeland gehaald. De rest van de historie van het schip is in
nevelen gehuld. Het is kennelijk gebouwd voor vervoer van graan en kolen
over rivieren en kanalen, maar veel meer weet Toye niet. Hij heeft contact
gezocht met de conservator van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en hoopt op
die manier meer informatie over zijn nieuwe aanwinst te krijgen. De
Gebroeders heeft wel wat weg van een een kruising tussen een tjalk en en
skūtsje. Het is een zeilschip maar heeft ook een Fordmotor. Erg ver varen doet
hij voorlopig niet, hoog en droog liggend op de blokken in de loods van
Buitenweg. Het sehip wordt voorzien van een compleet nieuwe bodem- de oude
stalen bodem was op veel plaatsen nog maar drie milimeter dik en dat is niet
veel als je weet dat dat het enige is tussen jou en een paar miljard liter
water. Toye had voor de klus offertes laten maken bij werven in Nederland,
Engeland, Belgie en Frankrijk. Buitenweg zat ver onder de prijs van de
anderen. De verklaring van de Engelsman: Buitenweg wist wat hij zou gaan
doen, de anderen waren vooral bang voor wat ze allemaal zouden kunnen
tegenkomen. De Brit heeft een grenzeloos vertrouwen in het kunnen van de
Vreeswijkse werf, waar 17 mensen hun brood verdienen. Maar goed daar doen ze
dan ook al anderhalve eeuw lang niet veel anders dan het repareren,
restaureren, verlengen en verkorten van allerlei binnenvaartschepen.
Er viel heel wat te doen aan de Gebroeders. Ze hebben dit schip van
binnenuit laten verrotten, zegt H. Buitenweg, met een fronsende blik die
ongetwijfeld is bedoeld voor de onbekende 'ze'. We schrokken ervan
toen we er aan begonnen, zoveel rottigheid kwamen we tegen. Zo bleek niet
de bodem vernieuwd te moeten worden, ook alle spanten moesten vervangen.
Verder zat achter de scheepswand isolatiemateriaal met een papieren laag.
Het laat zich raden wat er steeds gebeurde bij het afbranden van de oude
verf. We hebben wel vijf keer een klein brandje gehad. Meestal konden we dat
zo doven maar een paar keer moest er een straal water op. De klus is al een
heel eind gevorderd, maar nog niet klaar. Bovendien moet Toye zelf de opbouw
opnieuw betimmeren. Als de Gebroeders in zijn oude glorie is hersteld wil hij
er, samen met zijn vrouw mee door Europa trekken. Lekker van hun pensioen
genieten.


Bij een model in het Scheepvaart Museum Amsterdam: .
Blank. Beplating en spanten door middel van groeven op de romp aangegeven.
Voor en achtersteven aangebracht maar ernstig beschadigd. Tamelijk steile
voorsteven, achter meer geveegd. Brede stroken van de gangen en de forse
bouw duiden misschien op een Groninger tjalk? Meursing heeft ook een werf
in Hoogezand gehad.
Uit het Staatboek cat. H 159B IX.
"Balanse W.H. Meursing Baarn 31 dec 1879"
blz 67 credit 'Een ijzeren zeilschuit Peljacht voor den Heeren Cleijndert
te Nieuwendam klaar aan de werf om afgeleverd te worden fl 3700,-"
blz 67 debet "J.v Dam schilderwerk Peljacht fl 52,08"
blz 67 debet "W.J.B. Wellinghuijzen waaronder 2 koperen pompen Peljacht
fl 89,31"
blz 78 Openstaande posten ~Cleijndert bijwerk Peljacht fl 258,15"
Al eerder in 1846 is er in de boeken van Meursing sprake van een 'jagt'
gebouwd voor Wed. Kleindert of Clijndert (beide namen komen voor). Dit
betrof een molenschuit. Ook is er aan Wed. Clijndert betaalt voor zakken.
Dit zou kunnen duiden op een (pel)molen in bezit van Wed. Cleijndert en
eventueel de naam, als dat het is, kunnen verklaren van het later in 1879
gebouwde schip.
Uit Grootboek, Balansen en Rekening Couranten scheepstimmerwerf te
Nieuwendam cat. H 1598 VIII.
1e blz rechts "Een jagt, Molenschuit 25 tonnen voor Kleijndert Nieuwendam"
fol 12 debet 1846 "Aan E.A. Zeilinga Zeilen op het Jagt Prezending doek op
de luiken van het Beurtschip fl 90,83 1/2" (zeilen voor het jagt van
Kleindert?)
fol 13 rechts "Wed. Kleindert fl 6,50"
fol 13 credit "Aan Wed. Kleindert aan de Boeijer 47 fl 40,00"
Uit Kasboek cat. H 1598 VII.
Fol 64 debet nov 2 1846 "Van de Wed. Kleindert voor een nieuw gebouwd jagt of
molenschuit fl 976,54"
Fol 64 uitgaaf nov 2 1846 "Aan de Wed. Clijndert voor zakken fl 4,20"
Catalogus 1943: no. 411.
Er lijkt ook een verbinding te zijn tussen de familie Meursing en de
familie Cleyndert. Zie A.H. Stikker, Het geslacht Meursing, blz 27 ev.,
cat. J 402. In een ander boek wordt dezelfde familie Cleyndert genoemd nu
als graanhandelaar in Nieuwendam. Een graanhandel die later voortgezet
wordt onder de naam Weduwe K. Cleyndert. Zie A.H. Stikker, Een familie van
galjootschippers, commandeurs op Groenlandse en Friese vermaners
Baske-Hoekstra-Veenstra, blz 9, cat. J 320.
Over het overbrengen van het scheepsbouw bedrijf van Hoogezand naar
Amsterdam en Nieuwendam door de gebroeders W.H. en A.H. Meursing in 1840
wordt geschreven in het boek A.H. Stikker, Scheepsbouw in Hoogezand in de
18e eeuw, cat. H 512.
Tek. archief IV JJ 6 Peljacht 1879 lijnentekeningen.
Bijzonderheden
<< Andere meetbrieven AN 1025& AN 1052. >>