Dageraad

Details over het schip Dageraad, BHS nummer 11923


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
11923 Dageraad Hasselteraak ijzer in 1905 Appelo Zwartsluis
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel Turf, aardappelen, bieten, sintels etc Noordwest Overijssel en Noordoostpolder
Korte geschiedenis van dit schip
Het schip is gebouwd in 1905 op de werf van Appelo te Zwartsluis als Nieuwe Zorg, 59 ton groot. Het bijzondere van het schip is de forse holte in verhouding met de lengte die waarschijnlijk gebaseerd is op de lengte van de toenmalige sluis in Genemuiden.
Gedurende haar hele werkzame leven is de Nieuwe Zorg in bezit geweest van de familie de Vries, met domicilie Hasselt bevoer zij de 4 noordelijke provincies.
In de jaren 50 is de mast en mastdek verwijderd en de den met 15 cm verhoogd, de grootte werd 63 ton.
Het schip voer tot 1966 verder met een opdrukker met een T-Ford motor en Meye Tjeerdzn als laatste schipper. Met het sluiten van de Dedemsvaart verdween haar bestaansrecht als vrachtschip.
Meye ging werken bij de NS in Zwolle en later Amsterdam, hier heeft het schip ligplaats gehad in het Westerdok.
In 1997 werd ze daar ontdekt door de huidige eigenaren, inwoners van de gemeente Zwartewaterland en ervaren in het zeilen op historische vrachtschepen. De naam werd DAGERAAD, want ze wilden geen nieuwe zorgen. Er werd een restauratieplan gemaakt waarbij het oorspronkelijke dekplan met mastdek weer teruggebracht werd.
In eerste instantie heeft het schip gedurende 4 jaar als woonschip gediend in de museumhaven van Rotterdam, in 2001 kwam het schip terug in haar oude nest Hasselt en was de cirkel rond.
Het huidige vaargebied van de Dageraad is de Nederlandse wateren, de Waddenzee en de Jade/Weser
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding De DAGERAAD invarend bij de reunie 2012 in Hasselt.
Cameramodel NIKON D90 Belichtingstijd 1/200 sec (0,005) F-getal f/6,3 ISO/ASA-waarde 200 Tijdstip gegevensaanmaak 26 jul 2012 12:11 Brandpuntsafstand 36 mm
https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Dageraad_%28ship,_1905%29
Gemaakt op/in: 26 juli 2012, 12:11:30
Foto: Simon J. de Waard.
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding dageraadop ketelmeer
canon compact camera
Gemaakt op/in: 16 juni 2009
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding Dageraad op het wad
canon compact G12
Gemaakt op/in: zomer 2013
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
18 m 50 cm 4 m 15 cm 0 m 60 cm 63,000 ton
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
Ford Mermaid Gereviseerd
Verhalen over dit schip:
NIEUWE ZORG DOET DAGERAAD GLOREN
Tot tweemaal toe gaf Han Visser een duidelijke hint om ons -bezitters van een
prachtig authentieke hasselter aak- aan het schrijven te krijgen. In Bokkepoot
nr. 128 schreef hij: Gerestaureerd, ... en dan ..." en plaatste daar een foto
bij van het schip zoals we het, onbewoond en enigszins verwaarloosd, in het
Westerdok in Amsterdam voor het eerst zagen. Ongeveer een jaar later, in nr.
133, opnieuw een foto. Deze keer genomen op de Koning Williamwerf, toen we
serieuze en spannende gedachten hadden over de aankoop, uiteraard op
hellingvoorwaarden. De tekst onder deze foto: "Hoe werf ik een nieuw lid!
Je helpt iemand aan een schip [..]".
In ons geval is het ook werkelijk zo gegaan. Op een goeie dag in oktober 1996,
geeft Han Visser de tip om eens te gaan kijken "bij een mooi scheepje, met de
naam Nieuwe Zorg". Wat we zien als we over een tegen de wal liggende woonboot
geklauterd zijn: Een hasselter aak van achttien en een halve meter lang en dik
vier meter breed. Eenvoudig, mooi gelijnd en als een blaadje hoog op het water
liggend. Geen roef. De enkele centimeters verhoging van het achterdek doen
ons twijfelen tussen type dekscheepje of paviljoenaakje. Losse verfbladders,
droge zwaardliertjes, hier en daar wat lichte roest en zwart uitgeslagen houten
delen, wijzen op behoorlijk wat achterstallig onderhoud. Bij nadere inspectie
is de conclusie toch dat het schip in goede conditie is en dat het zeker de
moeite waard is om het in ere te herstellen. Veel details laten zien hoe het
zeilplan was; de plaats van het mastdek, puttingen, zwaardophanging,
hartvormige bakstagputtingen enzovoorts. De bijzonder goed gelijnde, v-vormige
kont (een kenmerk van werf Appelo in Zwartsluis) doet vermoeden dat het een
snelle zeiler was. In gedachten hijsen we de zeilen al...
Bij een tweede bezoek, wanneer we met de eigenaar naar binnen gaan, groeit het
enthousiasme bij het zien van het achteronder anno begin deze eeuw. De enige
verandering die het ooit ondergaan heeft, is het wegwerken van het
kraalschroten plafonnetje door hardboardplaten. Alle paneeldeurtjes hebben hun
eigen maat en ronde vorm en lopen perfect mee met de ronding van het
achterschip. De okergele en bruine lijnolieverf vertoont nogal wat craquelé,
maar is verder nauwelijks door de tijd aangetast. Het lijkt wel een museum.
En dan te bedenken dat tot voor kort hier nog volledig geleefd werd!
We kijken, bekloppen, tillen planken op, zetten dingen opzij en gaan in de weer
met de duimstok. De den is met vijftien centimeter verhoogd. Dat is het enige
niet-originele, maar tevens een welkome verandering want daardoor biedt het
stahoogte aan ons, lange mensen van een nieuwe generatie.
In het vooronder staan potten verf, olie, teer en kwasten. Er liggen enkele
gereedschappen, maar ook essentiele onderdelen als staanders voor een
zonnetent, inclusief een katoenen kleed, compleet met hennep-lijntjes voor het
vastzetten. Tevens al het ijzerwerk voor het bevestigen van de zetboorden.
Een onbekend ijzeren voorwerp identificeren we later als een speciaal gevormde
borg voor de ophanging van het zwaard.
Als ook nog blijkt dat roer, zwaarden en rondhouten reeds opnieuw gemaakt zijn
en elders opgeslagen liggen, dan kunnen we niet anders dan overgaan tot
onderhandelen over de aankoop. De Nieuwe Zorg gaat daarom de werf op. Alles
blijkt goed. Ondanks dat we nog niet veel meer kunnen doen dan met teerkwasten
en -rollers rondzwaaien, gaat het toch al voelen als "ons schip". Hoe langer
we naar dit eenvoudige scheepje kijken, hoe meer het een juweel wordt. Het
enige obstakel vormt de naam Nieuwe Zorg. Op een of andere manier wil dat niet
passen. Wellicht omdat een nieuwe zorg juist het laatste is dat we willen.
Hoewel duidelijk is dat het hard werken geblazen wordt, willen we dat zo
relaxed en leuk mogelijk houden. Dat stelt ons voor de opgave om een nieuwe
naam te bedenken. Een naam waar we het met zijn drieen over eens moeten worden
en die moet voldoen aan de eisen: ouderwets, Hollands en bij voorkeur met een
onbekende belofte of wens in petto. Het begrip DAGERAAD heeft dat allemaal in
zich.
Half januari 1997 wordt de koop definitief gesloten. Zowel bij de notaris als
in het kadaster wordt de naam DAGERAAD te boek gesteld. Van dan af laat het
ons niet meer los. Want er valt een hoop te bedenken, onderzoeken en
daadwerkelijk met de handen te wapperen. Daarbovenop en tegelijkertijd ook nog
zorgen dat daar het benodigde geld voor beschikbaar is. Voorwaar geen
kleinigheidje.
Wat dit aangaat is het misschien aardig te vermelden welke vorm we daarvoor
hebben gevonden. De 'we' in dit verhaal zijn drie personen: Aart, Ciel en
Gerben. Aart en Ciel zijn de eigenaars, zoon Gerben bewoont het schip en werkt
mee aan de restauratie. Juist in de periode dat dit schip op onze weg kwam,
zou hij vanwege zijn studie uit huis gaan. Het feit dat hij op de DAGERAAD in
de Oude Haven in Rotterdam kon gaan wonen, was doorslaggevend voor de aankoop.
Als de restauratie "straks" een feit is, willen we ligplaats kiezen in onze
woonplaats; dat betekent een originele hasselter aak in de stad Hasselt!
Nu, winter 1998, twee jaar na die eerste aanblik, vinden we eindelijk tijd om
er een en ander over te schrijven. Hoe we besloten deze aak te kopen, er op
wonen, mee varen en langzaam aan weer restaureren. Nu we alle spanten en
ongeveer iedere klinknagel kennen, de eerste vaartochten achter de rug en een
tuigplan in gedachten hebben, gaat het schip voor ons steeds meer leven.
We hebben een fotoboek aangelegd waarmee we de herinnering aan de zwammen,
schimmels en roest van de eerste maanden af en toe ophalen. Aangevuld met de
werklijstjes, begrotingen, allerhande tekeningen en aantekeningen die
ondertussen verwerkt zijn, laat het zien hoe immens veel werk er al verzet is.
Dat helpt om de tijd te overbruggen die nog te gaan is voordat we de zeilen
kunnen hijsen.
Veel verhalen over het restaureren van schepen zijn er reeds geschreven.
Allemaal gaan ze over de zoektocht naar de oorsprong van een schip, het leven
en werken aan boord in de tijd dat men er brood mee op de plank moest varen.
Over de tijd dat zeilende schepen economisch niet meer rendabel waren en ze
verlaten werden, eventueel nog een bestemming kregen als woonschip of in het
ergste geval op een sloop hun einde vonden. En over de aandacht en liefde
waarmee sommige gekken een van die schepen weer in oorspronkelijke staat
terugbrengen.
Wat de DAGERAAD tussen al die verhalen bijzonder maakt, ligt voomamelijk in het
feit dat dit schip slechts in geringe mate met zijn tijd is meegegaan en pas in
1997 in nog redelijk originele staat te koop kwam.

Volgens de meetbrief in 1905 gebouwd op werf Appelo te Zwartsluis als aakschip,
staal met dek. Laadvermogen "drie en zestig kubieke meter en zeshonderd
vijftien kubieke decimeter".
In 1951 zijn de zeilen eraf gehaald, het mastdek ging eruit en de den werd
verhoogd. Een Leeuwense vlet met een A-Ford ging als opduwer fungeren. Voor
de rest bleef alles precies zoals het altijd geweest was. Rond 1966 nam zoon
Meie Tjeerdsz, die na de dood van zijn ouders schipper-eigenaar was, een baan
aan de wal. Hij bleef aan boord wonen en heeft later een eenvoudige woonruimte
in het ruim laten maken. Degene die dit timmerwerk uitvoerde, deed dit in ruil
voor de opduwer. Zodoende is het schip sindsdien niet meer van haar plaatsje
aan het Westerdok weggeweest. Veel liefhebbers met oog voor mooie schepen
probeerden Meie Tjeerdsz aan te spreken in de hoop hem te overhalen de Nieuwe
Zorg te verkopen. Maar dat was absoluut niet aan de orde. Hij leefde er zijn
leven, ook na zijn pensionering, en dat was goed.
In 1992 stierf hij. De familie was overtuigd dat dit waardevolle bezit in de
familie moest blijven. Er werden plannen gemaakt voor de restauratie. Als
eerste stond het houtwerk op de lijst, want dat was ook het eerste dat
zichtbaar ontbrak en direct afbreuk deed aan het beeld dat de Nieuwe Zorg ooit
had vertoond. Een van de zwaarden was in de buurt van het schip onder water
verdwenen. Dat werd opgevist en samen met het verrotte eikenhouten roer naar
Urk gebracht, waar voormalig botterbouwer Flux alles exact namaakte en van het
oude beslag voorzag. Een zus van Meie Tjeerdsz gaf aanwijzingen voor de maten
van mast, giek en bokkepoten. Zij ging daartoe op het schip staan en kon zich
weer voor de geest halen dat bijvoorbeeld de mast, als die gestreken was, tot
precies over de kont reikte. Dus maakte Flux een lariks mast met een lengte
van 14 meter. Uiteindelijk waren het tijdgebrek en ligplaatsperikelen de
redenen om het verkopen van de Nieuwe Zorg te overwegen.

Dit jaar kwamen we in contact met een van de drie aan boord opgegroeide
dochters. Zij bleek erg aan het schip verknocht te zijn en keek met plezier
terug op haar leven aan boord. Toen ze in 1941 trouwde, ging ze van boord om
met haar man op een eigen schip te gaan varen. Haar eerste kind werd evenwel
op de Nieuwe Zorg geboren. Daarna werd het een plek waar ze haar ouders, en
later haar broer is blijven bezoeken. Zodoende is ieder detail en elke
verandering haar bekend. Samen bekijken we de foto's die wij afgelopen jaren
maakten. Het valt haar op dat de houten schoorsteen ontbreekt en dat het
watervat weer op de oorspronkelijke plaats staat. Ook de plaats van het
mastdek kan haar goedkeuring dragen. De kleur -helder blauw met wit- is echter
wennen. Ze probeert te omschrijven welke groene kleur het boeisel indertijd
had, maar geen enkel voorwerp in de omgeving kan daarbij helpen. (Een week
later stuurt ze een stukje uit een tijdschrift dat de juiste kleur heeft). Als
de familiefoto's 'van toen' te voorschijn gehaald worden, komen met die foto's
de herinneringen weer boven. Hoe ze met 4 wildebrassen van kinderen op dat
kleine schip leefden. In de zomer werden de petroleumstellen op de luiken
gezet om buiten te koken. Als het ruim leeg was aten ze daar. In de winter
zat de hele familie in het achteronder waar op het kolenfornuis zowel de was
als het eten werd heet gestookt. Vastgevroren liggen betekende pret, door het
noodgedwongen op de plaats blijven ging je een langere periode naar dezelfde
school en kon je vriendjes en vriendinnetjes maken.

En uiteraard komt het beeld weer naar voor van kinderen die bij windstil weer
in het trekzeel het schip in gang moeten houden.
Ook wist ze te vertellen dat haar vader het schip onder een andere naam, n.l.
Eben Haezer had gekocht van de eerste eigenaar en bij die aankoop de naam had
veranderd. Het vaargebied was Groningen, Friesland, Overijssel. De lading kon
van alles zijn; soms bieten, lange tijd teerslakken (toen de asfaltwegen
aangelegd werden) en ook een periode kali.
Zoekend naar meer gegevens vond Gerben in het archief de afmetingen van een
voormalige sluis in Genemuiden, die komen exact overeen met de maten van het
schip. Toeval of berekening?
Bijzonderheden
Zeer authentiek achteronder.